Zwitserland - Portugal

Ik mis het EK. Het is een niet te onderdrukken emotie. Ik mis niemendalletjes die op papier weinig goeds voorspellen en zich dan ontpoppen tot negentig minuten schoonheid van de mooiste soort. Ik noem Rusland - Spanje, ik noem Zwitserland - Portugal. Ik mis Jack van Gelder met zijn Studio Sportzomer, waarin gerust een half uur gekeuveld kon worden over de ruit op het Zwitserse middenveld. Inderdaad, gekeuveld. Meer was het nooit.

Vorige week in een restaurant aan het strand. Heerlijk eten, mooi gezelschap en een prachtige avond die zich langzaam achter de stevig bruisende golven verschool. Ineens klinkt daar Just For Tonight van de Britse band One Night Only, de tune van Studio Sportzomer. En dan wordt ik toch ineens even week. Ik weet het! Het is verschrikkelijk! Over twee jaar mogen we toch gewoon weer? Maar ik denk aan wat had kunnen zijn, aan de kinderlijke opwinding die zich van het gehele land meester leek te maken toen we met speelse eenvoud de regerend wereldkampioen met de neus op het krijt duwden. Het hele land wilde Van Basten na een welgemeende schouderklop lachend toeroepen: "Zo hee! Had jij ons even mooi tuc, met die schrale kwalificatieronde!"

Kort daarna droegen we Frankrijk en Roemenie de slachtbank op, in het pas net opgedroogde bloed van de Italianen. Om vervolgens door de Russen de deur op de neus te krijgen. Het had zo mooi kunnen zijn! Hadden we niet gewoon met de elf besten tegen de Roemenen moeten aantreden? Wat als...? Zinloze gedachten, maar deze vreemdsoortige heimwee blijkt nog vers genoeg om opgewekt te worden door een weinig originele Britse popsong die toevallig als Sportzomer-tune gebruikt werd.

En ook al mogen we dan over twee jaar weer - het WK 2010 in Zuid Afrika - sommige dingen komen niet meer terug. Ik had het Van Basten zo gegund. En dan zit daar straks Bert van Marwijk. Hij wil de Duitse mentaliteit in het elftal brengen. Komt misschien van pas. Hoe vaak zijn we al niet afgetroefd door teams met een niet aflatende winnaarsmentaliteit - de Duitsers, de Italianen? Aan de andere kant: de laatste waren we met ons lenterige gedartel simpeltjes de baas, nog geen vijf weken geleden. Het had allemaal op zijn plaats moeten vallen: twintig jaar na dato, weer Van Basten met die beker.

In het vooruitzicht van Vitesse - Groningen, Roda JC - FC Twente en de kraker Sparta - ADO is het moeilijk om niet achterom te kijken naar de magie van een prachtig toernooi. Ik mis het EK.

Road trip

Het zou zomaar kunnen dat er geen fijner gevoel bestaat dan compleet overdonderd worden door fantastische muziek. Als je nu gaat beweren dat een orgasme beter is ben je een aap. En niet zo’n beetje ook.

Ik zit hier in een vergeten hoek van de Korrewegwijk te luisteren naar de nieuwe plaat van het Amerikaanse collectief My Morning Jacket uit Kentucky. Zij bewijzen nu alweer dik negen jaar dat er in Kentucky meer te halen valt dan overdadig gefrituurde kip.

Het zou zomaar kunnen dat My Morning Jacket verantwoordelijk is voor het mooiste liedje ooit. I Will Be There When You Die bezingt een simpele maar ook ontzettend nederige emotie. “As long as you keep a straight face, I will be there when you die,” huilt Jim James, zanger van My Morning Jacket en beoogd troonopvolger van Neil Young. We zwaaien onze geliefden graag uit richting het vagevuur, zolang ze maar geen van pijn vertrokken gezicht tonen. Het moet wel leuk blijven.

Ik was ze al bijna weer vergeten, My Morning Jacket. Hun debuut The Tennessee Fire draaide ik grijzer dan grijs. Toen ik vorige maand de Nederlandse distributeur van de band hoorde aankondigen dat de nieuwe plaat “vrij briljant” was maakte mijn hart een sprong. Ik wist dat de man graag sprak in gedempt enthousiasme en wist/dacht/verlangde vurig: “het zal toch potverdomme niet.”

En nu is hij daar. De vijfde studioplaat van My Morning Jacket heet Evil Urges. Het is weinig post-millenniumplaten gelukt de staalkaart van de Amerikaanse popmuziek van de jaren ’50, ’60 en ’70 te vangen. Op Evil Urges hoor ik de blues van Buffalo Springfield, de psychedelica van Jefferson Airplane en de melodieën van The Band. Er word gerockt als The Grateful Dead en alleen James Taylor kon zulke ijzingwekkend mooie liedjes schrijven. Toch blijft het altijd onmiskenbaar My Morning Jacket. De band werpt regelmatig een steelse blik over de schouder richting haar eigen oudere werk. Two Halves en Touch Me I’m Going To Scream Part 2 zijn onmiskenbaar My Morning Jacket.

Ook laat My Morning Jacket op Evil Urges een kant zien die ik al langer vermoedde. Viezige, druipende funk. Prince mag nu wel uitkijken. Ik wist dat ze het in zich hadden, maar de soul die ze op deze plaat aan de dag leggen, is wel erg indrukwekkend. De titletrack en Highly Suspicious grooven schaamteloos.

Een road trip. Wijdse maar vooral desolate wegen en veel stof. Waterig zonnetje en zinderende hitte. Daar krijg ik zin in van deze plaat. Desnoods in een 45km wagentje. Als die geluidsinstallatie maar dik in orde is.

Mien Toentje

Bussen. Ik houd er niet van. Gisteren werd ik weer gesterkt in mijn zeurende haat jegens deze zwetende beschuitbussen op wielen. Het was een kort ritje: van de Grote Markt naar het einde van de Korreweg. Hoe lang zal het geduurd hebben? Tien minuten? Niet veel meer.

Achter me heeft een semi-dakloze een geanimeerd gesprek met een bekende over de helende kracht van rode wijn - "weet je wat nog lekkerder is dan een glaasje wijn? Twee!" Op de hoek Turfsingel/Boterdiep ontsteekt hij in het officieuze volkslied van Groningen, Mien Toentje.

Dan wordt het een jonge Afrikaan allemaal te veel, hij hoort geen Gronings maar Duits. "Hey! Was ist los?" roept hij in steenkolenduits. Dan mompelt hij nog iets in het Engels over hoe een bus geen "singing competition" is. Tegelijkertijd met dit alles trapt een meisje dat achter mij zit haar ex-vriend verbaal de grond in. Op zeer bedeesde toon. "Ik ben zielig? IK ben ZIELIG? Wie rijdt er nu op zijn vijfentwintigste in een 45km wagentje." Ze heeft een punt. Dat zeker. Maar dit is meer dan ik kan verdragen, als ik na een dag werken op de universiteit verlang naar een glas wijn in de avondzon.

Straks de stad in. Op de fiets.

Rita, je moet het toch echt zelf doen

Dat was lachen afgelopen week. De door Rita Verdonk trots aangekondigde ‘Rita-wiki’ werd enkele etmalen na opening volgeplempt met ranzige foto’s, scheldkanonnades, triviaal geneuzel en meer onzin. En dus ging de wiki weer op slot. Daar kon je natuurlijk op wachten.

Iedere internetgebruiker die wel eens op een forum komt weet dat er flink wat digitaal toezicht – moderating – nodig is om de discussies in goede banen te leiden. Gebeurt dat niet, dan eigenen sommige gebruikers zich de vrijheid toe om bovenstaande ongein in grote hoeveelheid over het forum te verspreiden. Ook spambots, een soort van automatische zoekrobotjes die spam op fora proberen te verspreiden, weten het forum in zo’n geval snel te vinden.

Het is vreemd dat Verdonk er niet voor gezorgd heeft dat er bij de opening van de wiki een legertje moderators klaar zat om de input van gebruikers vóór plaatsing te beoordelen op zinnigheid. Verdonk blies hoog van de toren over haar vrijplaats op internet, waar iedereen suggesties voor de te volgen politieke koers kan plaatsen. En dat is in dit tijdperk vragen om moeilijkheden.

Luisteren naar de bevolking. Wat vindt de gewone man op straat? Tegen welke problemen loopt de bakker op de hoek aan? Het zijn vragen die elke politicus zich sinds de opkomst van Fortuyn geacht wordt te stellen. En vooral ook dient te beantwoorden. Dat het voor politici belangrijk is te weten wat er onder de bevolking speelt, is evident. De bevolking zelf via online discussie de koers te laten bepalen: daarvoor lijkt het nog te vroeg.

Perquisite, die van Pete Philly, zei afgelopen week in Pauw en Witteman: “Het idee van democratie is toch dat je iemand kiest die er fulltime mee bezig is. Die de knowhow en de deskundigheid heeft om er fulltime mee bezig te zijn. Om knopen door te hakken. Ik ben blij dat ze niet steeds om mijn mening vragen. Daar heb ik helemaal geen tijd voor.” En zo is het maar net Rita. Je zult het toch vooral zelf moeten doen.